baan

baan: < MNl. bane weg.

baarmoeder

baarmoeder:< baar + moeder < L. mater moeder.

Babylon

Babylon: < Gr. babulon < Heb. babel < bab ili port van God.

baccalaureus

baccalaureus: < baccalaruis jongeman, asperant < bacca bes vrucht + laureus laurier boom.

bacil

bacil:< L. bacillus stokje < Gr. bakton stok. Bacil en bacterie zijn zo genoemd vanwege hun vorm (stokje).

bacterie

bacterie:< L. bacillus stokje < Gr. bakton stok. Bacil en bacterie zijn zo genoemd van hun vorm.

bad

bad: < ON. baĆ° water waarin men zich wast.

bagage

bagage: < L. bagagium reisgoed < bagga zak, tas, koffer.

bagatel

bagatel: < It. bagatella Italiaans munt van kleine waarde < L. bacca een bes soort.