daad

daad: < MNl. daet < ON. dāð.

daal

daal:< ON. doela groot.

daar

daar: < ONl. thar ginds < Got. þar.

daas

daas:!< MNl. daes steekvlieg, mogelijk gek als een onvoorspelbar steekvlieg.

dadel

dadel:< OFr. datel < Gr. daktulos vinger (van de vinger vorm van de dadel blad), dadel < Ar. daqal een soort dadel.

dag

dag: < G. dags branden < OI. dahati hi verbrandt. Date

dagboek

dagboek: < L. diarium dagelijks rantsoen en later dagboek < dies dag

dagen

dagen: < MNl. dag dag.