kaak

kaak: < MNl. kake monddeel.

kaap

kaap: < MNl. cape vuurtoren < L. caput hoofd, kop, uitinde.

kaart

kaart: < L. charta papier < Gr. chartes papyrus, de eerste papiersoort.

kaatsen

kaatsen: < MNl. caetsen kaatsen, balslaan < caetse vervolging van vijand of wild, worp van een bal < L. capture grijpen naar, jacht maken op.

kabel

kabel: < Fr. câble dik touw < L. cablum kabel touw < capere grijpen, vangen.

kabinet

kabinet: < Fr. cabinet werkkamer, regering.

kadaster

kadaster: < Fr. cadastre groundbeschrijving < Gr. katastichon lijst < kata van boen naar beneden + stichos rij.

kadaver

kadaver: < L. cadaner lijk < cadere vallen, omkomen.

kader

kader: < Fr. cadre omlijsting > L. quadrum vierkant.

kak

kak: < MNl. cac ontlasting, poep < L. cacare.