ob-

ob-: < L. ob- tegenover, voor, naar … toe.

object

object: < L. obiectum object.

obligatie

obligatie:< L. obligatio < obligare < ob- naar toe + ligare binden.!?

obsceen

obsceen: < Fr. obscené < L. obscaenus ob- + scaenus !?

obsceniteit

obsceniteit: < obscenity Fr. obscéneté < L. obscaenus abominabel ?!

obsessie

obsessie: < L. obessio obsess (beseiged) < ob- tegenover, omgekeerd + sessio zitten.

obsoleet

obsoleet: < L. obsoletus versleten, vervallen, verouderd.

obstakel

obstakel: < L. obstaculum hindernis, hinderpaal < obstare in de weg staan, hinderen van ob- tegenover + stare staan.