op

op: < MNl. op(pe), up(pe) < Gr. hupo van onderen af (naar omhoog)

opgewekt

opgewekt: < zie op + ge- < OEng. ge < ON. g- samen.+ wekken < MNl. wechen wakker maken. ( Vergelijk met waken < G. wakan niet (gaan) slapen.)

ophidiofobie

ophidiofobie:< angst voor slangen < Gr. ophis slang, serpent + -fobie