raak¹

raak¹: < MNl. raecke toeval < raken.

raak²

raak²: < MNl. rake hark < Got. rikan ophopen.

raciaal!

raciaal!: < Fr. race ras < It. razza ras < L. ratio rekening, relatie.

rad

rad: < L. rota wiel.

raden

raden: < Got. redan < L. reri denken, menen.

radiaal

radiaal: < L. radius stok, spaak, straal.

radiateur

radiateur: < Eng. radiator < L. radiare stralen < radius straal.

radicaal

radicaal: < Fr. radical van de wortel, volkomen, tot in de grond < L. radix wortel, oorspronk.